The R&A - Working for Golf
Unplayable Ball
De Golfregels
Zie Spelerseditie
Ga naar paragraaf
19.1
19.2
a
b
c
19.3
a
b

Purpose: Rule 19 covers the player’s several relief options for an unplayable ball. This allows the player to choose which option to use – normally with one penalty stroke – to get out of a difficult situation anywhere on the course (except in a penalty area).

19.1
Player May Decide to Take Unplayable Ball Relief Anywhere Except Penalty Area

A player is the only person who may decide to treat his or her ball as unplayable by taking penalty relief under Rule 19.2 or 19.3.

  • Unplayable ball relief is allowed anywhere on the course, except in a penalty area.
  • If a ball is unplayable in a penalty area, the player’s only relief option is to take penalty relief under Rule 17.
19.2
Relief Options for Unplayable Ball in General Area or on Putting Green

A player may take unplayable ball relief using one of the three options in Rule 19.2a, b or c, in each case adding one penalty stroke.

  • The player may take stroke-and-distance relief under Rule 19.2a even if the original ball has not been found and identified.
  • But to take back-on-the-line relief under Rule 19.2b or lateral relief under Rule 19.2c, the player must know the spot of the original ball.
a
Stroke-and-Distance Relief

The player may play the original ball or another ball from where the previous stroke was made (see Rule 14.6).

b
Back-on-the-Line Relief

The player may drop the original ball or another ball (see Rule 14.3) in a relief area that is based on a reference line going straight back from the hole through the spot of the original ball:

  • Reference Point: A point on the course chosen by the player that is on the reference line and is farther from the hole than the spot of the original ball (with no limit on how far back on the line):
    • In choosing this point, the player should indicate the point by using an object (such as a tee).
    • If the player drops the ball without having chosen this point, the reference point is treated as being the point on the line that is the same distance from the hole as where the dropped ball first touched the ground.
  • Size of Relief Area Measured from Reference Point: One club-length, but with these limits:
  • Limits on Location of Relief Area:
    • Must not be nearer the hole than the reference point, and
    • May be in any area of the course, but
    • If more than one area of the course is located within one club-length of the reference point, the ball must come to rest in the relief area in the same area of the course that the ball first touched when dropped in the relief area.
c
Lateral Relief

The player may drop the original ball or another ball in this lateral relief area (see Rule 14.3):

  • Reference Point: The spot of the original ball.
  • Size of Relief Area Measured from Reference Point: Two club-lengths, but with these limits:
  • Limits on Location of Relief Area:
    • Must not be nearer the hole than the reference point, and
    • May be in any area of the course, but
    • If more than one area of the course is located within two club-lengths of the reference point, the ball must come to rest in the relief area in the same area of the course that the ball first touched when dropped in the relief area.

Penalty for Playing Ball from a Wrong Place in Breach of Rule 19.2: General Penalty under Rule 14.7a.

19.3
Relief Options for Unplayable Ball in Bunker
a
Normal Relief Options (One Penalty Stroke)

When a player’s ball is in a bunker:

  • The player may take unplayable ball relief for one penalty stroke under any of the options in Rule 19.2, except that:
  • The ball must be dropped in and come to rest in a relief area in the bunker if the player takes either back-on-the-line relief (see Rule 19.2b) or lateral relief (see Rule 19.2c).
b
Extra Relief Option (Two Penalty Strokes)

As an extra relief option when a player’s ball is in a bunker, for a total of two penalty strokes, the player may take back-on-the-line relief outside the bunker under Rule 19.2b.

Penalty for Playing Ball from a Wrong Place in Breach of Rule 19.3: General Penalty under Rule 14.7a.

Baan - Course

Het hele speelgebied binnen de door de Commissie gestelde grenzen van de baan:

  • Alle gebieden binnen de grenzen van de baan zijn binnen de baan en onderdeel van de baan.
  • Alle gebieden buiten de grenzen van de baan zijn buiten de baan (out-of-bounds) en geen onderdeel van de baan.
  • De grens van de baan loopt loodrecht omhoog en omlaag.

De baan bestaat uit vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Hindernis - Penalty Area

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken wanneer de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat), en
  • enig ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regels 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen, wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten van de palen op grondhoogte en bevinden de palen zich in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnenzelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Hindernis - Penalty Area

Een gebied dat de speler met één strafslag mag ontwijken wanneer de bal van de speler erin terecht is gekomen.

Een hindernis is:

  • elk wateroppervlak in de baan (ongeacht of het door de Commissie is gemarkeerd), zoals een zee, meer, vijver, sloot, afwateringssloot of andere open bedding (ongeacht of er water in staat), en
  • enig ander deel van de baan dat door de Commissie als hindernis is aangeduid.

Een hindernis is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Er zijn twee soorten hindernissen te onderscheiden en wel door de kleur van de palen of geverfde lijnen waarmee ze zijn gemarkeerd:

  • Bij gele hindernissen (gemarkeerd met gele lijnen of gele palen) heeft de speler twee ontwijkopties (Regels 17.1d(1) en (2)).
  • Bij rode hindernissen (gemarkeerd met rode lijnen of rode palen) heeft de speler naast de twee ontwijkopties voor de gele hindernissen nog een extra optie om zijwaarts te ontwijken. (Regel 17.1d(3)).

Als een hindernis niet met een kleur is aangeven door de Commissie, dan wordt deze beschouwd als een rode hindernis.

De grens van een hindernis loopt loodrecht omhoog en omlaag:

  • Dit betekent dat alle grond en andere dingen (zoals natuurlijke en kunstmatige voorwerpen) binnen de grenzen deel zijn van de hindernis, ongeacht of ze zich op, boven of onder het grondoppervlak bevinden.
  • Als een voorwerp zich zowel binnen als buiten de grens bevindt (zoals een brug over een hindernis of een boom die binnen een hindernis staat maar takken buiten het gebied heeft of vice versa), dan maakt alleen dat deel van het voorwerp dat zich binnen de grens bevindt deel uit van de hindernis.

De grens van een hindernis behoort te zijn afgebakend met palen, lijnen of fysieke kenmerken:

  • Palen: in het geval van palen, wordt de grens van de hindernis bepaald door de lijn tussen de buitenkanten van de palen op grondhoogte en bevinden de palen zich in de hindernis.
  • Lijnen: in het geval van geverfde lijnen op de grond wordt de grens van de hindernis de buitenrand van de lijn en liggen die lijnenzelf in de hindernis.
  • Fysieke kenmerken: in het geval van fysieke kenmerken (zoals een strand of woestijn of een muur) behoort de Commissie te publiceren hoe de grens van de hindernis is bepaald.

Wanneer de grens van een hindernis is gemarkeerd met lijnen of fysieke kenmerken, kunnen palen worden gebruikt om aan te geven waar de hindernis zich bevindt, maar zij hebben verder geen betekenis.

Wanneer de grens van een wateroppervlak niet is aangeduid door de Commissie, wordt de grens van die hindernis bepaald door de natuurlijke grenzen (die worden gevormd door de rand waar de grond knikt en naar beneden afloopt en de verdieping vormt waar water in kan staan).

Als een open waterloop normaal geen water bevat (zoals een drainagesloot of greppel die droog is behalve tijdens het regenseizoen), mag de Commissie dat deel aanduiden als deel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen hindernis is).

Slag en afstand - Stroke and Distance

De procedure en straf die van toepassing is wanneer een speler een belemmering ontwijkt volgens Regels 17, 18 of 19 door het spelen van een bal van de plaats waar de vorige slag is gedaan (zie Regel 14.6).

Het begrip slag en afstand betekent dat de speler:

  • één strafslag krijgt, en
  • terug moet naar de plaats waar de vorige slag is gedaan. Hierbij gaat de afstand gemaakt bij die vorige slag verloren.
Slag - Stroke

De voorwaartse beweging van de club om de bal te slaan.

Maar er is geen slag gedaan indien de speler:

  • Tijdens de neerzwaai bewust besluit om de bal niet te slaan en dit ook voorkomt door de kop van de club tegen te houden voordat deze bij de bal komt of, indien dit niet lukt, in ieder geval opzettelijk de bal mist.
  • Per ongeluk de bal raakt bij het maken van een oefenswing of in de voorbereiding om een slag te doen.

Wanneer er in de regels wordt gesproken over "het spelen van een bal", dan betekent dit hetzelfde als het doen van een slag.

De score van een speler voor een hole of een ronde wordt met ‘slagen’ of ‘aantal slagen’ aangegeven, wat zowel het aantal gespeelde slagen als de opgelopen strafslagen omvat (zie Regel 3.1c.)

 

Interpretation Stroke/1 - Determining If a Stroke Was Made

If a player starts the downswing with a club intending to strike the ball, his or her action counts as a stroke when:

  • The clubhead is deflected or stopped by an outside influence (such as the branch of a tree) whether or not the ball is struck.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, whether or not the ball is struck with the shaft.
  • The clubhead separates from the shaft during the downswing and the player continues the downswing with the shaft alone, with the clubhead falling and striking the ball.

The player's action does not count as a stroke in each of following situations:

  • During the downswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player stops the downswing short of the ball, but the clubhead falls and strikes and moves the ball.
  • During the backswing, a player's clubhead separates from the shaft. The player completes the downswing with the shaft but does not strike the ball.
  • A ball is lodged in a tree branch beyond the reach of a club. If the player moves the ball by striking a lower part of the branch instead of the ball, Rule 9.4 (Ball Lifted or Moved by Player) applies.
Droppen - Drop

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Indien de speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • recht naar beneden valt zonder dat de speler deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats beïnvloedt waar de bal tot stilstand komt, en
  • nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Dropzone - Relief Area

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: het punt vanwaar de afmeting van de dropzone wordt gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: de dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentiepunt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen van de plaats van de dropzone: de plaats van de dropzone kan op één of meer manieren beperkt worden, zodat bijvoorbeeld:
    • deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis;
    • deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn, of
    • deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Section 21 (De Commissie mag ervoor kiezen om het toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikt maakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101.6 mm) diep.
  • Indien een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buiten diameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25.4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord ‘hole’ wordt (indien niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de Regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is beëindigd volgens de regels).

 

Baan - Course

Het hele speelgebied binnen de door de Commissie gestelde grenzen van de baan:

  • Alle gebieden binnen de grenzen van de baan zijn binnen de baan en onderdeel van de baan.
  • Alle gebieden buiten de grenzen van de baan zijn buiten de baan (out-of-bounds) en geen onderdeel van de baan.
  • De grens van de baan loopt loodrecht omhoog en omlaag.

De baan bestaat uit vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101.6 mm) diep.
  • Indien een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buiten diameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25.4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord ‘hole’ wordt (indien niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de Regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is beëindigd volgens de regels).

 

Tee

Een voorwerp dat wordt gebruikt om een bal op te plaatsen om vanaf de afslagplaats te spelen. Een tee mag niet langer zijn dan 4 inches (101.6 mm) en moet voldoen aan de regels voor uitrusting.

Droppen - Drop

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Indien de speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • recht naar beneden valt zonder dat de speler deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats beïnvloedt waar de bal tot stilstand komt, en
  • nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101.6 mm) diep.
  • Indien een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buiten diameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25.4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord ‘hole’ wordt (indien niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de Regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is beëindigd volgens de regels).

 

Droppen - Drop

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Indien de speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • recht naar beneden valt zonder dat de speler deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats beïnvloedt waar de bal tot stilstand komt, en
  • nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Clublengte - Club-Length

De lengte van de langste club van de 14 (of minder) clubs die de speler bij zich heeft tijdens de ronde (zoals toegestaan in Regel 4.1b(1)) anders dan een putter.

Bijvoorbeeld indien de langste club (anders dan een putter) die een speler bij zich heeft tijdens een ronde een driver is van 43 inch (109,22 cm), dan is 43 inch (109,22 cm) de clublengte voor die speler voor die ronde.

Clublengtes worden gebruikt om de afslagplaats te bepalen op de hole die wordt gespeeld en de afmeting van de dropzone vast te stellen als de speler een belemmering ontwijkt volgens een Regel.

 

Interpretation Club-Length/1 - Meaning of "Club-Length" When Measuring

For the purposes of measuring when determining a relief area, the length of the entire club, starting at the toe of the club and ending at the butt end of the grip is used. However, if the club has a headcover on it or has an attachment to the end of the grip, neither is allowed to be used as part of the club when using it to measure.

Interpretation Club-Length/2 - How to Measure When Longest Club Breaks

If the longest club a player has during a round breaks, that broken club continues to be used for determining the size of his or her relief areas. However, if the longest club breaks and the player is allowed to replace it with another club (Exception to Rule 4.1b(3)) and he or she does so, the broken club is no longer considered his or her longest club.

If the player starts a round with fewer than 14 clubs and decides to add another club that is longer than the clubs he or she started with, the added club is used for measuring so long as it is not a putter.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101.6 mm) diep.
  • Indien een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buiten diameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25.4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord ‘hole’ wordt (indien niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de Regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is beëindigd volgens de regels).

 

Gebieden van de baan - Areas of the Course

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Gebieden van de baan - Areas of the Course

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Clublengte - Club-Length

De lengte van de langste club van de 14 (of minder) clubs die de speler bij zich heeft tijdens de ronde (zoals toegestaan in Regel 4.1b(1)) anders dan een putter.

Bijvoorbeeld indien de langste club (anders dan een putter) die een speler bij zich heeft tijdens een ronde een driver is van 43 inch (109,22 cm), dan is 43 inch (109,22 cm) de clublengte voor die speler voor die ronde.

Clublengtes worden gebruikt om de afslagplaats te bepalen op de hole die wordt gespeeld en de afmeting van de dropzone vast te stellen als de speler een belemmering ontwijkt volgens een Regel.

 

Interpretation Club-Length/1 - Meaning of "Club-Length" When Measuring

For the purposes of measuring when determining a relief area, the length of the entire club, starting at the toe of the club and ending at the butt end of the grip is used. However, if the club has a headcover on it or has an attachment to the end of the grip, neither is allowed to be used as part of the club when using it to measure.

Interpretation Club-Length/2 - How to Measure When Longest Club Breaks

If the longest club a player has during a round breaks, that broken club continues to be used for determining the size of his or her relief areas. However, if the longest club breaks and the player is allowed to replace it with another club (Exception to Rule 4.1b(3)) and he or she does so, the broken club is no longer considered his or her longest club.

If the player starts a round with fewer than 14 clubs and decides to add another club that is longer than the clubs he or she started with, the added club is used for measuring so long as it is not a putter.

Dropzone - Relief Area

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: het punt vanwaar de afmeting van de dropzone wordt gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: de dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentiepunt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen van de plaats van de dropzone: de plaats van de dropzone kan op één of meer manieren beperkt worden, zodat bijvoorbeeld:
    • deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis;
    • deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn, of
    • deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Section 21 (De Commissie mag ervoor kiezen om het toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikt maakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).

Gebieden van de baan - Areas of the Course

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Droppen - Drop

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Indien de speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • recht naar beneden valt zonder dat de speler deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats beïnvloedt waar de bal tot stilstand komt, en
  • nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Dropzone - Relief Area

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: het punt vanwaar de afmeting van de dropzone wordt gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: de dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentiepunt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen van de plaats van de dropzone: de plaats van de dropzone kan op één of meer manieren beperkt worden, zodat bijvoorbeeld:
    • deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis;
    • deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn, of
    • deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Section 21 (De Commissie mag ervoor kiezen om het toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikt maakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).

Droppen - Drop

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Indien de speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • recht naar beneden valt zonder dat de speler deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats beïnvloedt waar de bal tot stilstand komt, en
  • nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Dropzone - Relief Area

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: het punt vanwaar de afmeting van de dropzone wordt gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: de dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentiepunt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen van de plaats van de dropzone: de plaats van de dropzone kan op één of meer manieren beperkt worden, zodat bijvoorbeeld:
    • deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis;
    • deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn, of
    • deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Section 21 (De Commissie mag ervoor kiezen om het toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikt maakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).

Clublengte - Club-Length

De lengte van de langste club van de 14 (of minder) clubs die de speler bij zich heeft tijdens de ronde (zoals toegestaan in Regel 4.1b(1)) anders dan een putter.

Bijvoorbeeld indien de langste club (anders dan een putter) die een speler bij zich heeft tijdens een ronde een driver is van 43 inch (109,22 cm), dan is 43 inch (109,22 cm) de clublengte voor die speler voor die ronde.

Clublengtes worden gebruikt om de afslagplaats te bepalen op de hole die wordt gespeeld en de afmeting van de dropzone vast te stellen als de speler een belemmering ontwijkt volgens een Regel.

 

Interpretation Club-Length/1 - Meaning of "Club-Length" When Measuring

For the purposes of measuring when determining a relief area, the length of the entire club, starting at the toe of the club and ending at the butt end of the grip is used. However, if the club has a headcover on it or has an attachment to the end of the grip, neither is allowed to be used as part of the club when using it to measure.

Interpretation Club-Length/2 - How to Measure When Longest Club Breaks

If the longest club a player has during a round breaks, that broken club continues to be used for determining the size of his or her relief areas. However, if the longest club breaks and the player is allowed to replace it with another club (Exception to Rule 4.1b(3)) and he or she does so, the broken club is no longer considered his or her longest club.

If the player starts a round with fewer than 14 clubs and decides to add another club that is longer than the clubs he or she started with, the added club is used for measuring so long as it is not a putter.

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101.6 mm) diep.
  • Indien een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buiten diameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25.4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord ‘hole’ wordt (indien niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de Regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is beëindigd volgens de regels).

 

Gebieden van de baan - Areas of the Course

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Gebieden van de baan - Areas of the Course

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Clublengte - Club-Length

De lengte van de langste club van de 14 (of minder) clubs die de speler bij zich heeft tijdens de ronde (zoals toegestaan in Regel 4.1b(1)) anders dan een putter.

Bijvoorbeeld indien de langste club (anders dan een putter) die een speler bij zich heeft tijdens een ronde een driver is van 43 inch (109,22 cm), dan is 43 inch (109,22 cm) de clublengte voor die speler voor die ronde.

Clublengtes worden gebruikt om de afslagplaats te bepalen op de hole die wordt gespeeld en de afmeting van de dropzone vast te stellen als de speler een belemmering ontwijkt volgens een Regel.

 

Interpretation Club-Length/1 - Meaning of "Club-Length" When Measuring

For the purposes of measuring when determining a relief area, the length of the entire club, starting at the toe of the club and ending at the butt end of the grip is used. However, if the club has a headcover on it or has an attachment to the end of the grip, neither is allowed to be used as part of the club when using it to measure.

Interpretation Club-Length/2 - How to Measure When Longest Club Breaks

If the longest club a player has during a round breaks, that broken club continues to be used for determining the size of his or her relief areas. However, if the longest club breaks and the player is allowed to replace it with another club (Exception to Rule 4.1b(3)) and he or she does so, the broken club is no longer considered his or her longest club.

If the player starts a round with fewer than 14 clubs and decides to add another club that is longer than the clubs he or she started with, the added club is used for measuring so long as it is not a putter.

Dropzone - Relief Area

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: het punt vanwaar de afmeting van de dropzone wordt gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: de dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentiepunt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen van de plaats van de dropzone: de plaats van de dropzone kan op één of meer manieren beperkt worden, zodat bijvoorbeeld:
    • deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis;
    • deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn, of
    • deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Section 21 (De Commissie mag ervoor kiezen om het toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikt maakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).

Gebieden van de baan - Areas of the Course

De vijf gedefinieerde gebieden die de baan vormen:

  • het algemene gebied;
  • de afslagplaats waarvan de speler de hole moet beginnen;
  • alle hindernissen;
  • alle bunkers, en
  • de green van de hole die de speler speelt.
Droppen - Drop

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Indien de speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • recht naar beneden valt zonder dat de speler deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats beïnvloedt waar de bal tot stilstand komt, en
  • nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Dropzone - Relief Area

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: het punt vanwaar de afmeting van de dropzone wordt gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: de dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentiepunt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen van de plaats van de dropzone: de plaats van de dropzone kan op één of meer manieren beperkt worden, zodat bijvoorbeeld:
    • deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis;
    • deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn, of
    • deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Section 21 (De Commissie mag ervoor kiezen om het toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikt maakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).

Verkeerde plaats - Wrong Place

Iedere andere plaats op de baan dan waar de speler volgens de regels zijn of haar bal moet of mag spelen.

Voorbeelden van het spelen van een verkeerde plaats zijn:

  • Het spelen van een bal na het terugplaatsen op de verkeerde plek of zonder deze terug te plaatsen als de regels dat vereisen.
  • Het spelen van een gedropte bal buiten de vereiste dropzone.
  • Het volgens een verkeerde regel zodanig ontwijken van een belemmering dat de bal is gedropt op en gespeeld van een plaats die niet is toegestaan volgens de regels.
  • Het spelen van een bal uit een verboden speelzone of vanaf een plek waar een verboden speelzone een belemmering vormt voor de stand van de speler of voor de ruimte van zijn voorgenomen swing.

Het spelen van een bal van buiten de afslagplaats bij het beginnen van een hole of bij het corrigeren van deze vergissing is niet spelen van de verkeerde plaats (zie Regel 6.1b).

Algemene straf - General Penalty

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.

Bunker

Een speciaal bewerkt gebied met zand dat vaak een kuil is waaruit gras of aarde is verwijderd.

Geen onderdeel van de bunker zijn:

  • de lip, muur of wand aan de rand van een bewerkt gebied bestaand uit aarde, gras, gestapelde graszoden of kunstmatig materiaal;
  • aarde of enig groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp binnen de grenzen van een bewerkt gebied (zoals gras, struiken of bomen);
  • zand dat over de grens van het bewerkte gebied heen of daarbuiten ligt, en
  • alle andere gebieden met zand op de baan die niet binnen de grenzen van een bewerkt gebied liggen (zoals woestijn en andere natuurlijke gebieden met zand of gebieden die ook wel "waste areas" worden genoemd).

Bunkers zijn een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Een Commissie mag een bewerkt gebied met zand verklaren tot onderdeel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen bunker is) of mag een niet-bewerkt gebied met zand verklaren tot bunker.

Indien een bunker wordt hersteld en de Commissie de hele bunker tot grond in bewerking verklaart, wordt deze beschouwd als onderdeel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen bunker is).

Het woord "zand", zoals gebruikt in deze definitie en Regel 12 omvat elk materiaal vergelijkbaar met zand dat is gebruikt als bunkermateriaal (zoals gemalen schelpen) en ook elk soort grond dat is vermengd met zand.

Droppen - Drop

De bal uit de hand loslaten zodat deze door de lucht valt, met de bedoeling dat de bal in het spel komt.

Indien de speler een bal loslaat zonder de bedoeling dat deze in het spel komt, is de bal niet gedropt en niet in het spel (zie Regel 14.4).

Iedere Regel voor ontwijken bepaalt een eigen dropzone waar de bal moet worden gedropt en tot stilstand moet komen.

Bij het uitwijken droppen moet de speler de bal loslaten op kniehoogte zodanig dat de bal:

  • recht naar beneden valt zonder dat de speler deze gooit, ronddraait of rolt of enige andere beweging meegeeft die de plaats beïnvloedt waar de bal tot stilstand komt, en
  • nergens het lichaam of de uitrusting van de speler raakt voordat hij de grond raakt (zie Regel 14.3b).
Dropzone - Relief Area

Het gebied waar een speler een bal moet droppen bij het ontwijken van een belemmering volgens een regel. Iedere regel over belemmeringen schrijft voor dat de speler een specifieke dropzone gebruikt, waarvan de afmeting en plaats zijn gebaseerd op de volgende criteria:

  • Referentiepunt: het punt vanwaar de afmeting van de dropzone wordt gemeten.
  • Afmeting van de dropzone gemeten vanaf het referentiepunt: de dropzone is één of twee clublengten vanaf het referentiepunt, maar met bepaalde beperkingen:
  • Beperkingen van de plaats van de dropzone: de plaats van de dropzone kan op één of meer manieren beperkt worden, zodat bijvoorbeeld:
    • deze zich alleen in bepaalde gedefinieerde gebieden van de baan bevindt, zoals alleen in het algemene gebied, maar niet in een bunker of een hindernis;
    • deze niet dichter bij de hole is dan het referentiepunt of buiten de hindernis of de bunker die wordt ontweken moet zijn, of
    • deze zich bevindt waar er geen belemmering bestaat (zoals bepaald in de desbetreffende regel) van de belemmering die wordt ontweken.

Bij het gebruiken van clublengten om de afmeting van de dropzone te bepalen, mag de speler direct over een sloot, gat en dergelijke meten. Ook mag de speler direct over of door een voorwerp (zoals een boom, hek, muur, tunnel, drainage of sprinklerkop) meten, maar het is niet toegestaan om door grond te meten die op een natuurlijke wijze is geonduleerd.

Zie Commissie Procedures, Section 21 (De Commissie mag ervoor kiezen om het toe te staan of te verplichten dat de speler gebruikt maakt van een speciaal aangewezen dropzone als een bepaalde belemmering wordt ontweken).

Bunker

Een speciaal bewerkt gebied met zand dat vaak een kuil is waaruit gras of aarde is verwijderd.

Geen onderdeel van de bunker zijn:

  • de lip, muur of wand aan de rand van een bewerkt gebied bestaand uit aarde, gras, gestapelde graszoden of kunstmatig materiaal;
  • aarde of enig groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp binnen de grenzen van een bewerkt gebied (zoals gras, struiken of bomen);
  • zand dat over de grens van het bewerkte gebied heen of daarbuiten ligt, en
  • alle andere gebieden met zand op de baan die niet binnen de grenzen van een bewerkt gebied liggen (zoals woestijn en andere natuurlijke gebieden met zand of gebieden die ook wel "waste areas" worden genoemd).

Bunkers zijn een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Een Commissie mag een bewerkt gebied met zand verklaren tot onderdeel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen bunker is) of mag een niet-bewerkt gebied met zand verklaren tot bunker.

Indien een bunker wordt hersteld en de Commissie de hele bunker tot grond in bewerking verklaart, wordt deze beschouwd als onderdeel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen bunker is).

Het woord "zand", zoals gebruikt in deze definitie en Regel 12 omvat elk materiaal vergelijkbaar met zand dat is gebruikt als bunkermateriaal (zoals gemalen schelpen) en ook elk soort grond dat is vermengd met zand.

Bunker

Een speciaal bewerkt gebied met zand dat vaak een kuil is waaruit gras of aarde is verwijderd.

Geen onderdeel van de bunker zijn:

  • de lip, muur of wand aan de rand van een bewerkt gebied bestaand uit aarde, gras, gestapelde graszoden of kunstmatig materiaal;
  • aarde of enig groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp binnen de grenzen van een bewerkt gebied (zoals gras, struiken of bomen);
  • zand dat over de grens van het bewerkte gebied heen of daarbuiten ligt, en
  • alle andere gebieden met zand op de baan die niet binnen de grenzen van een bewerkt gebied liggen (zoals woestijn en andere natuurlijke gebieden met zand of gebieden die ook wel "waste areas" worden genoemd).

Bunkers zijn een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Een Commissie mag een bewerkt gebied met zand verklaren tot onderdeel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen bunker is) of mag een niet-bewerkt gebied met zand verklaren tot bunker.

Indien een bunker wordt hersteld en de Commissie de hele bunker tot grond in bewerking verklaart, wordt deze beschouwd als onderdeel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen bunker is).

Het woord "zand", zoals gebruikt in deze definitie en Regel 12 omvat elk materiaal vergelijkbaar met zand dat is gebruikt als bunkermateriaal (zoals gemalen schelpen) en ook elk soort grond dat is vermengd met zand.

Bunker

Een speciaal bewerkt gebied met zand dat vaak een kuil is waaruit gras of aarde is verwijderd.

Geen onderdeel van de bunker zijn:

  • de lip, muur of wand aan de rand van een bewerkt gebied bestaand uit aarde, gras, gestapelde graszoden of kunstmatig materiaal;
  • aarde of enig groeiend of vastzittend natuurlijk voorwerp binnen de grenzen van een bewerkt gebied (zoals gras, struiken of bomen);
  • zand dat over de grens van het bewerkte gebied heen of daarbuiten ligt, en
  • alle andere gebieden met zand op de baan die niet binnen de grenzen van een bewerkt gebied liggen (zoals woestijn en andere natuurlijke gebieden met zand of gebieden die ook wel "waste areas" worden genoemd).

Bunkers zijn een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan.

Een Commissie mag een bewerkt gebied met zand verklaren tot onderdeel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen bunker is) of mag een niet-bewerkt gebied met zand verklaren tot bunker.

Indien een bunker wordt hersteld en de Commissie de hele bunker tot grond in bewerking verklaart, wordt deze beschouwd als onderdeel van het algemene gebied (wat betekent dat het geen bunker is).

Het woord "zand", zoals gebruikt in deze definitie en Regel 12 omvat elk materiaal vergelijkbaar met zand dat is gebruikt als bunkermateriaal (zoals gemalen schelpen) en ook elk soort grond dat is vermengd met zand.

Verkeerde plaats - Wrong Place

Iedere andere plaats op de baan dan waar de speler volgens de regels zijn of haar bal moet of mag spelen.

Voorbeelden van het spelen van een verkeerde plaats zijn:

  • Het spelen van een bal na het terugplaatsen op de verkeerde plek of zonder deze terug te plaatsen als de regels dat vereisen.
  • Het spelen van een gedropte bal buiten de vereiste dropzone.
  • Het volgens een verkeerde regel zodanig ontwijken van een belemmering dat de bal is gedropt op en gespeeld van een plaats die niet is toegestaan volgens de regels.
  • Het spelen van een bal uit een verboden speelzone of vanaf een plek waar een verboden speelzone een belemmering vormt voor de stand van de speler of voor de ruimte van zijn voorgenomen swing.

Het spelen van een bal van buiten de afslagplaats bij het beginnen van een hole of bij het corrigeren van deze vergissing is niet spelen van de verkeerde plaats (zie Regel 6.1b).

Algemene straf - General Penalty

Verlies van de hole bij matchplay of twee strafslagen bij strokeplay.