The R&A - Working for Golf
Procedures for Bad Weather and Suspensions of Play
Commissie Procedures
Ga naar paragraaf
J-1
J-2
8J
Procedures for Bad Weather and Suspensions of Play
J-1
Methods for Stopping and Resuming Play

Purpose. Rule 5.7b requires players to stop playing immediately if the Committee declares an immediate suspension of play. The Committee should use a distinct method of telling players about an immediate suspension.

The following signals are generally used, and it is recommended that all Committees use these signals where possible:

Immediate Stop: One prolonged note of the siren.
Normal Stop: Three consecutive notes of the siren.
Resume Play: Two short notes of siren.

Model Local Rule J-1

"A suspension of play for a dangerous situation will be signalled by [insert signal to be used]. All other suspensions will be signalled by [insert signal to be used]. In either case, resumption of play will be signalled by [insert signal to be used]. See Rule 5.7b."

J-2
Removal of Temporary Water

Purpose. A Committee may adopt a policy that clarifies what actions are appropriate for a Committee member, someone designated by the Committee (for example, a member of the maintenance staff), or player, to remove temporary water on the putting green.

Model Local Rule J-2

"If a player's ball lies on the putting green and there is interference by temporary water on the putting green, the player may:

  • Take free relief under Rule 16.1d; or
  • Have his or her line of play squeegeed.

Such squeegeeing should be done across the line of play and extend a reasonable distance beyond the hole (that is, at least one roller length) and only be carried out by [specify who may carry this out, for example the maintenance staff ]."

Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Tijdelijk water

Iedere tijdelijke concentratie van water op de grond (zoals regen- of beregeningsplassen of plassen als gevolg van het overlopen van enige waterpartij) die:

  • zich buiten een hindernis bevindt, en
  • zichtbaar is voor of nadat de speler een stand inneemt (zonder daarbij overdreven met zijn of haar voeten druk uit te oefenen op de grond).

Het is niet voldoende als de grond alleen nat, modderig of zacht is of dat er alleen even water zichtbaar is als de speler op de grond stapt; Er moet een concentratie van water zichtbaar blijven voor of nadat de stand is ingenomen.

Bijzonderheden:

  • Dauw en rijp zijn geen tijdelijk water.
  • Sneeuw en natuurlijk ijs (behalve rijp) zijn losse natuurlijke voorwerpen of, wanneer ze op de grond liggen, tijdelijk water, naar keuze van de speler.
  • Gefabriceerd ijs is een obstakel.
Green

De green is dat gedeelte van de hole die wordt gespeeld dat:

  • speciaal is geprepareerd voor het putten, of
  • door de Commissie als green is aangewezen (bijvoorbeeld wanneer een tijdelijke green in gebruik is).

Op de green bevindt zich de hole waarin de speler zijn bal probeert te slaan. De green is een van de vijf gedefinieerde gebieden van de baan. De greens van alle andere holes (die de speler op dat moment niet speelt) zijn verkeerde greens en onderdeel van het algemene gebied.

De grens van een green wordt bepaald door waar men kan zien dat het speciaal geprepareerde gebied begint (zoals daar waar het gras een duidelijk rand vertoont), tenzij de Commissie de grens op een andere manier afbakent (bijvoorbeeld met lijnen of stippen).

Als een dubbele green in gebruik is voor twee verschillende holes:

  • Dan wordt het gehele geprepareerde gebied dat beide holes omvat beschouwd als de green bij het spelen van elke hole.

Echter de Commissie mag een grens aangeven die de dubbele green in twee verschillende greens verdeelt, zodat wanneer een speler een van beide holes speelt, het deel van de dubbele green voor de andere hole een verkeerde green is.

Speellijn

De lijn waarlangs de speler zijn of haar bal wil laten gaan na een slag plus een redelijke ruimte boven de grond en aan beide zijden van deze lijn.

De speellijn is niet noodzakelijkerwijs een rechte lijn tussen twee punten (het kan bijvoorbeeld een gebogen lijn zijn afhankelijk van de baan die de speler zijn bal wil laten afleggen).

Speellijn

De lijn waarlangs de speler zijn of haar bal wil laten gaan na een slag plus een redelijke ruimte boven de grond en aan beide zijden van deze lijn.

De speellijn is niet noodzakelijkerwijs een rechte lijn tussen twee punten (het kan bijvoorbeeld een gebogen lijn zijn afhankelijk van de baan die de speler zijn bal wil laten afleggen).

Hole

Het eindpunt op de green van de hole die wordt gespeeld:

  • De hole moet 4¼ inches (108 mm) in diameter zijn en ten minste 4 inches (101,6 mm) diep.
  • Als een inzetstuk wordt gebruikt, mag de buitendiameter niet groter zijn dan 4¼ inches (108 mm). Het inzetstuk moet ten minste 1 inch (25,4 mm) onder het oppervlak van de green liggen, tenzij de gesteldheid van de bodem vereist dat deze dichter bij het oppervlak zit.

Het woord “hole” wordt (wanneer niet gebruikt als een cursiefgedrukte definitie) in de regels gebruikt als het onderdeel van de baan dat bestaat uit een specifieke afslagplaats, green en hole. Het spelen van een hole begint op de afslagplaats en eindigt wanneer de bal is uitgeholed op de green (of wanneer de hole anders is uitgespeeld volgens de regels).